Brevetten

Ruiters die zich als nieuw lid registreren dienen in het bezit te zijn van een brevet, die afhankelijk is van de gevraagde licentie en leeftijd. Bij hernieuwing van een HRVV licentie dient dit brevet niet meer te worden voorgelegd.

De data van de brevettenwerking, ingericht door de verschillende clubs van de Vlaamse Liga Paardensport, zijn terug te vinden op website van de VLP (www.vlp.be).onder de rubriek BREVETTENWERKING

1. Bekwaamheidsattest

  • Het bekwaamheidsattest is het praktische gedeelte van het A- brevet.
  • Provinciale wedstrijdruiters (en hoger) jonger dan 11 jaar moeten hiervan in het bezit zijn om deel te nemen aan wedstrijden.

2. Het A-Brevet

  • Dit kan afgelegd worden vanaf 11 jaar (lopende jaar).
  • Het is het zogenaamde wandelbrevet. De theorie handelt over de kennis over het paardrijden en het verkeer. Het praktische gedeelte omvat dressuur in kleine groep en springen op een minimale hoogte van 60 cm en een maximale hoogte van 70 cm.
  • Alle wedstrijdruiters vanaf 12 jaar (lopende jaar) dienen in het bezit te zijn van het A-Brevet om een wedstrijdlicentie aan te vragen bij de VLP.

3. Het B-Brevet

  • Dit kan afgelegd worden vanaf 12 jaar (lopende jaar). Hij of zij dient dan wel in het bezit te zijn van een A-Brevet. Het theoretische gedeelte omvat de kennis van het paardrijden. Het praktische gedeelte bestaat uit een individuele opgelegde dressuurproef en een gedeelte jumping waarbij hindernissen genomen worden van minimaal 80 cm en maximaal 90 cm.
  • Subprovinciale en provinciale wedstrijdruiters (en hoger) vanaf 13 jaar (lopende jaar) dienen in het bezit te zijn van het B-Brevet om een wedstrijdlicentie aan te vragen bij de VLP. Indien je enkel dressuur wenst te rijden dien je de springproef niet af te leggen.