Huishoudelijk reglement

Organisatie H.R.V.V.

01. De Hippische Rijvereniging Van Vlaanderen, afgekort HRVV, is aangesloten bij de KBRSF, VLP als subprovinciale groepering. Zij erkent de Koninklijke Belgische Federatie, afgekort KBRSF, als enig officieel organisme. Basis van alle wedstrijden blijven de algemene richtlijnen FEI en het reglement KBRSF-VLP.

De reglementen kunt u ook hier downloaden:

02. In geval van overmacht of in geval van uitzonderlijke omstandigheden behoort het aan de terreinjury of aan het bestuur van het HRVV om een beslissing te nemen in een geest van sportiviteit, waarbij de geest van de geldende reglementen zo nauw mogelijk wordt benaderd.

03. Het bestuur heeft het recht het programma van de jumping te wijzigen.

04. De Raad van Bestuur is bevoegd een ruiter de start te weigeren indien deze de goede geest van het HRVV verstoord of de reglementen niet naleeft.

1. REGLEMENTEN

1.1 Door zijn aansluiting bij het HRVV verbindt de ruiter zich ertoe de verschillende clausules zoals die van toepassing zijn van FEI, KBRSF, VLP, en HRVV na te leven en te respecteren.

1.2 Voornaamheid en respect t.o.v. andere ruiters jury en publiek ook wanneer hij zich in het publiek bevindt worden van hem verwacht.

1.3 Ieder geval van slechte behandeling van een paard moet onmiddellijk gemeld worden aan de terreinjury. Enkele omschrijvingen van slechte behandeling van een paard.

  • overdadig slaan van een paard
  • het gebruik op een paard van eender welk toestel dat elektrische ontlading veroorzaakt
  • het overdadig gebruik van sporen
  • het langdurig en hardhandig trekken met het bit in de mond
  • het berijden van een paard dat tekenen van uitputting vertoont kreupel of gekwetst is
  • barreren van een paard op het wedstrijdterrein of er buiten
  • het overgevoelig maken van eender welk deel van een paard
  •  

Deze overzichtslijst is uiteraard niet limitatief.

2. LICENTIES

2.1 HRVV  wedstrijden zijn voorbehouden aan deelnemers die houder zijn van een subprovinciale licentie HRVV en in het bezit van een VLP licentie minimun J02.

2.2 Daglicenties: Een ruiter die niet officieel is aangesloten bij het HRVV kan enkel deelnemen aan een HRVV wedstrijd door betaling van een daglicentie in combinatie met een L1 verzekering die geldig is voor de gehele wedstrijd.

2.3 Ruiters die een verzoek tot toelating als toegetreden lid ingediend hebben, dmv. invulling van het inlichtingsformulier, kunnen in afwachting van een beslissing van de Raad van Bestuur aan wedstrijden HRVV deelnemen.

3. PADDOCK

3.1 De hindernissen dienen gesprongen te worden volgens de aangegeven springrichting

3.2 Er wordt steeds gesprongen met ruiterpet met vastgesnoerde driepunts-veiligheidsaanhechting.

3.3 De hoogte van de hindernissen is maximaal 10cm hoger dan de hoogte van de proef

3.4 Brutaliteiten en barreren zijn ten strengste verboden en zullen ook streng bestraft worden.

3.5 Tok is verplicht voor iedereen die een paard of pony bestijgt zoniet is hij zelf verantwoordelijk voor eventuele ongevallen of letsels.

4. KLEDIJ

4.1 Ponyruiters, scholieren en junioren rijden om het even waar steeds met hun ruiterpet met vastgesnoerde driepunts-veiligheidsaanhechting. Senioren moeten verplicht hun ruiterpet dragen bij het springen.

4.2 Alle ruiters moeten een verzorgde kledij dragen die voldoet aan de officiële reglementen.

4.3 Bij regen kan het dragen van een regenjas door de voorzitter van de jury toegelaten worden.

4.4 De verkenning van de piste dient te gebeuren in correcte kledij en volgens de op dat ogenblik geldende kledij afspraken. In ieder geval is het dragen van rijlaarzen, witte broek, wit overhemd en witte das verplicht.

4.5 Bij zomerweer kan de voorzitter van de jury beslissen het zomer uniform toe te laten. Dit zomeruniform bestaat uit rijlaarzen, wit overhemd met witte das ruiterpet en witte broek.

5. OPTOMING

5.1 Thiedemann teugel en oogkleppen zijn verboden in paddock en piste.

5.2 Als achtergetten zijn echter korte getten toegelaten.

5.3 Slofteugels zijn toegelaten in de paddock zolang er niet gesprongen wordt.

6. PUBLICITAIRE VERMELDINGEN

6.1 Het gebruik van zadeldoeken met publiciteit is toegelaten.

Deze vermelding mag niet groter zijn dan 200 cm² aan elke zijde van de zadeldoek.

6.2 Het gebruik van showdekens tijdens de prijsuitdeling is verboden, tenzij zij een deel uitmaken van de te winnen prijzen.

7. WEDSTRIJDVERLOOP

7.1 De ruiters worden verzocht zich behoorlijk te gedragen zowel buiten als binnen de ring en zich tevens te houden aan de richtlijnen hen verstrekt door de speaker en afgevaardigden van het HRVV.

7.2 De ruiters zullen zich schikken naar de richtlijnen van de paddockoverste ze zullen vertrekken op hun startnummer en zich op tijd klaarhouden voor de start. Ruiters die om een gegronde reden niet kunnen vertrekken op hun startnummer zullen voor de aanvang van de proef de jury en de paddockoverste verwittigen.

7.3 Verandering van paard of ruiter is toegestaan voor aanvang van de proef.

7.4 Verandering van paard en ruiter betekent een nieuwe inschrijving ter plaatse.

7.5 Elke poging tot fraude ( bv vervalsing van de naam van het paard) zal bestraft worden met een diskwalificatie van de proef en eventuele verder maatregelen die door de beheerraad HRVV opgelegd zullen worden.

7.6 Een ruiter die start met een paard dat niet overeenstemt met de startlijst en die de verandering van paard niet voor de aanvang van de proef op het secretariaat heeft gemeld zal door de jury buiten wedstrijd geplaatst worden.

7.7 De ruiter is verantwoordelijk voor de daden en het gedrag van zijn gevolg, zoals groom, trainers, begeleiders enz. De Raad van Bestuur kan beslissen en dit enkel bij unanimiteit iemand definitief uit te sluiten voor deelname aan HRVV wedstrijden.

8. GELDPRIJZEN

8.1 De verdeling van het prijzengeld gebeurt volgens tabel HRVV volgens de verdeelsleutel 1 op 4 starters binnen wedstrijd.

8.2 De ruiters die buiten wedstrijd rijden worden niet in aanmerking genomen om het aantal prijzen volgens de regel 1 op 4 starters te bepalen.

8.3 Alle geklasseerde ruiters komen in de piste om hun prijzen af te halen. Geld en naturaprijzen die door deze geklasseerden niet worden afgehaald in de ring te paard zullen door de voorzitter van de jury enkel mits een geldige reden, alsnog na de prijsuitreiking overhandigd worden. In alle andere gevallen worden deze prijzen ingehouden.

8.4 Alle andere prijzen dienen afgehaald te worden op de wedstrijd zelf ten laatste 30 minuten na het beëindigen van de laatste proef. Niet afgehaalde prijzen kunnen niet opgevraagd worden op andere wedstrijden.

8.5 De ruiters die in de piste hun prijzen afhalen, zijn altijd in volledig en correct ruiteruniform. Het zomeruniform is nooit van toepassing tijdens de prijsuitdeling.

8.6 De proef 1.10m zal enkel doorgaan als minstens 4 verschillende ruiters deelnemen aan deze proef.

9. KLACHTEN OMTRENT HET VERLOOP VAN PROEVEN

9.1 Klachten omtrent het verloop van een proef omtrent genomen beslissingen of uitslagen dienen schriftelijk gedaan te worden bij de voorzitter van de jury en vergezeld te zijn van een borgsom van 50.€ en dit ten laatste een half uur na het bekendmaken van de uitslag van de laatste proef van de dag. Na deze tijd zijn alle genomen beslissingen definitief.

SANCTIES

De Raad van Bestuur en de organen of vertegenwoordigers van de vereniging die zij daartoe heeft aangewezen, w.o. de terreinjury zien toe op de naleving van de statuten en reglementen en op de algemene regels van sportiviteit en fair-play. In die hoedanigheid is de Raad van Bestuur bevoegd om haar werkelijke en toegetreden leden sancties op te leggen.

Deze sancties kunnen bestaan uit:

  • een verwittiging.
  • een diskwalificatie voor proeven en wedstrijden met veroordeling tot teruggave van de geldprijzen en andere verkregen voordelen.
  • een schorsing van personen en/of paarden met een maximum duur van een maand, een geschorste ruiter en/of paard kan gedurende de periode van de schorsing onder meer aan geen HRVV wedstrijden meer deelnemen, ook niet met een daglicentie.

De Raad van Bestuur zal bij de beoordeling en eventuele sanctionering van feiten die haar ter kennis wordt gebracht de volgende regels in acht nemen.

  • enkel bestuursleden die op geen enkele wijze een persoonlijk belang hebben bij de zaak noch betrokken zijn bij een voorafgaand onderzoek zullen zetelen.
  • de zitting zal openbaar zijn, tenzij op verzoek van het werkelijk lid of het toegetreden lid beslist wordt met gesloten deuren zitting te houden.
  • minderjarige leden of toegetreden leden kunnen zich in de procedure laten bijstaan of vertegenwoordigd worden door een van hun ouders.

Degene die vervolgd wordt:

  • zal schriftelijk en persoonlijk op de hoogte gebracht worden van de ten laste gelegde feiten met een aangetekende brief.
  • het recht om na afloop van een eventueel onderzoek eventueel in tegenwoordigheid van of vertegenwoordigd door een raadsman alle stukken in te zien.
  • heeft het recht om zich bij zijn verschijning te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman van zijn keuze.
  • heeft het recht om gehoord te worden zijn middelen van verdediging voor te dragen en aanvullende onderzoeksmaatregelen te vragen.

De disciplinaire maatregelen worden genomen bij gemotiveerde beslissing en worden per aangetekende brief ter kennis gebracht van diegene op wie zij betrekking hebben. Ze zijn vatbaar voor hoger beroep dat zal worden behandeld door de Disciplinaire Commissie van de Vlaamse Liga Paardensport. Dit hoger beroep wordt ingesteld per aangetekende brief aan de Secretaris-Generaal van de Vlaamse Liga Paardensport. Deze aangetekende brief dient verstuurd te worden binnen de 14 dagen na ontvangst van de beslissing genomen door de Raad van Bestuur. Het betrokken werkelijk lid wordt geacht de aangetekende brief van de Raad van Bestuur te hebben ontvangen de tweede werkdag na de verzending die blijkt uit de afstempeling per post.

Dit huishoudelijk reglement kan in de loop van het seizoen door de Raad van Bestuur gewijzigd worden.